Sex and Cops

Ik zing van het leven,     
Ik zing van de dood,       
Van de man die fraudeerde,     
En stierf in de goot,       
Van diens zoon die hoereerde,    
En genoemd werd: een poot,       
Van diens vrouw die verkracht werd,
In het bed van haar echtgenoot.

Van de flik die kwam melden,   
Het slechte nieuws,        
Het verdwijnen, overlijden van dochterlief,   
Ze had nog geschreven, een afscheidsbrief,  
Van de aankomst ter plaatse,    
Van de lijkengeur,        
Onderzoek van de foetus,  
Was nu ook gebeurd,      
‘t Was een kind van de vader,     
Incestueus,                 
‘t Was een schreeuw in het donker…    
Eigen dood.                  
Z’ad geen keus      

Van de man die vroeg:   
Waarom de politie?      
Leef tolerant       
En vrij van justitie,      
Doch scheidde en flipte    
Toen ie geen bezoekrecht kreeg,   

De bom die ontplofte,    
Vernielde het huis,      
Vermoordde zijn dochter,
Zijn vrouw bleek niet thuis,  
Was bij haar geliefde,       
De vriend van haar man      
En noppes vermoedde,       
Tot ‘t parket bij haar kwam.

De dochter was zestien     
En leek op haar pa,    
Geloofde in ‘t goede   
Was kwaad op haar ma,  
En kon niet bevroeden,
Haar einde weldra.     

Ik zing van het leven,     
Ik zing van de dood,    
Ik zing van agressie    
En roof om den brood’.  

Vermiste personen, cel DJP,     
Handel in mensen, transactie van vee,    
Beroving der vrijheid,                   
Huisjesmelkerij,                         
Smokkel van mensen,                      
Knevelarij.                              

Proxenitisme of koppelarij,                                            
Schenden der zeden,                                                    
Mensen onvrij,                                                         
Om zelf te kiezen:     
Mijn lijf is van mij.  

Homejacking, carjacking, winkeldiefstal,  
Afperspraktijken, verkeersongeval.        

Heling en woeker,                                     
Valsmunterij,                                         
Ja, vals in geschrifte,                               
Afzetterij.                                           
Sommen verduisterd,                                   
Oplichterij                                           
Ramkraak en doodslag,                                 
Witwasserij,                                          

Ik zing van het leven,   
Ik zing van de dood,    
Automutilatie,          
Met een kind in haar schoot.        

Poging tot zelfmoord,                     
Proces verbaal,                           
Grafschennis, eerroof,                    
Alweer een verhaal,                       
Voor de gazetten, voor iedereen,          
Tot ‘t weer wordt vergeten,               
Door nieuw geween                         
Nu in de straat,                          
Diefstal in woning,                       
Door middel van braak,                    
Door inklim, met sleutels,                
Ze zinnen op wraak.                       

Gijzelen, stelen, gewapenderhand,  
Bommelding dreiging,               
Verstikking door brand.            

Verdacht overlijden,                               
Verkrachtingsset,                                  
Foltertoestellen,                                  
Geboeid aan het bed.

Ik zing van het leven,                                                 
Ik zing van de dood,                                                   
Ik zing maar voor even,                                                
Maar open en bloot.  

Fréderique Pascal   02/10/2009

Een verhaaltje …

Der zijn stukken van waar, der zijn stukken verzonnen.
Ik ga nu beginnen, ik ben al begonnen.
‘t Was in de vakantie,
Ik ging naar La Roche,
Met het lief van mijn zuster,
‘t was in de sjakosj:
Ze zou dan gaan huwen,
Met mijne maat,
Ik kend’ ‘em al jaren,
Hij woond’ in ons straat.
We reden naar ginder,
In zijne Golf,
Schuifdak open,
Muziek vollenbak,
Bier drinken, roken,
Eén hand op het dak.

Op camping gekomen
Kochten we ‘n flesse wijn
Bijna schoonbroer maakte z’open
En we dronken op zijn
Gezondheid en die van mijn zuster
‘t was een goed jaar
Hij heette Bert Custer
Droeg militair haar

We zetten de tent op
‘t Was legermateriaal,
Met twee in een tentje,
Het leek heel banaal,
Maar we konden niet zitten
In ons slaapvertrek
We begonnen te vitten
Hadden inspiratiegebrek

Toen diende ‘n idee zich
plots bij me aan
Er was hier ‘n café
Waar we naar toe konden gaan
Het lag op de camping,
En heette ‘Le Cure’
Daar  gingen we zuipen
Tot ‘t sluitingsuur.

We waren strontzat
En kregen embras
We vonden de tent niet
We vochten op ‘t gras
Zijn legertechnieken
Die hielpen niet veel
Ik wurgde de adem
Dicht in zijn keel

Toen liet ik hem los
Verdween uit het zicht
Vond toen een tent
Heel dicht bij het bos

Ik open de sluiting en kruip erin
Een koppel lag daar, ik middenin,
Ik werd niet meer wakker
Was veel te zat
De één panikeerde
De ander  riep ‘What
The fuck is hier gaande?
Wat doet die hier?
Wie is die verdwaalde?
Hij stinkt naar het bier!’

Den baas van ‘t spel werd geroepen,
Dit hielp wel geen fluit,
Aan mijn benen getrokken,
Toch kreeg men der mij niet uit.

En toen schrok ik wakker,
Handboeien in mijn vel,
Snijdend in mijn polsen,
‘t ging redelijk snel.

Een vrouw was ‘t, een flik,
Die sleurde me mee,
Wat verder naar de combi,
En ‘t volk dat zei: Hé!
Da’s één van die gasten,
Ze leken al verdacht,
Ze de’en niets dan zuipen,
Gelukkig niemand verkracht.

Ik strompelde verder,
Op ene schoen,
‘k Riep: hé die heb ik nodig,
Die heb ik vandoen!

De man ging hem halen,
De flik, haar kompaan,
Bracht hem naar de combi,
En deed hem me aan.

De combi vertrok,
Over ‘t hobbelig pad,
Ze vroeg waar mijn vriend was,
En hoe dat nou zat?

Hij staat op de camping,
‘t is een kleine tent,
Naast een golf, kom er net van,
Wa’s me dat voor een vent?
Gaat met mijn zus trouwen,
Laat me nu in de steek,
we moeten terug,
‘t is over een week.

En wat deed j’in de tent
Van dat jong lesbisch paar?
Dat zou ik willen horen,
Vertel het nou maar!

Ik viel uit de lucht:
De tent van een paar,
En lesbisch, wat zeg je,
Dat verzin je maar!

Je viel hen lastig,
Lag tussen hen in,
Ze krege’ je niet wakker,
Je verroerde geen vin.
De schrik van hun leven,
Hebben z’opgedaan,
Wat was je van zin?
Waar is je kompaan?
Wou je hen bekeren?
Tot ‘t andere geslacht?
Wat wou je hen leren?
Waaraan had je gedacht?

‘t Was een vergissing,
Een grote fout,
‘k had ‘t niet gezien,
Met mijn kop van hout.
Wat ga je doen?
Nu ik hier zit,
In jullie combi
Dorstig en wit,
Van de emotie
En van den drank,
Zet mij maar af,
Daar bij die bank.

Wij gaan je voeren,
Naar het station,
Je keert terug,
Als ze opkomt de zon.
Heb je wel geld?
Portefeuille is leeg.
Ze keek me aan,
En ik die toen zweeg,
Keek tussen mijn benen,
En wees met mijn neus,
Hoe zit ‘t met die boeien?
Die spannen serieus!

Je geld,
Waar zit het?
Wat is dat gebaar?
Moet je ‘t nog verdienen,
Of zit het al klaar?
Daar tussen je benen,
Kijk je steeds,
Ze ritste me open
En pakte hem beet,
In mijn onderbroekje,
Werd het nu heet.

Ze bekeek me lachend
En voelde het geld,
Dat zat in een zakje
Met een toe’ne speld,
En Fons die groeide,
Met kloppend geweld,

En toen deed ze open,
Haar blauwe bloes,
Ik zag al een stukje
Van een melkwitte loes;
Ik hield het niet uit,
Ze lachte maar,
Maar werd toen serieus;
En zei, hé bedaar!
Als je in mijn hand schiet,
Is ‘t naar het cachot,
Je houdt je maar in,
Je zweet als een zot,
Weet je te bedwingen,
Of wij doen het wel,
Haar bloes stond nu open,
En ik zag haar stel
Melkwitte borsten,
Lachen naar mij,
Het kwijl liep mijn kin af,
En toen stopten wij,
Voor het station,
En weg was haar hand,
Het zaad spoot er uit,
Tot over de rand,
Van mijn onderbroekje
Gevuld met geld,
Dat plakte van ‘t vocht
Hoe dat nou geteld?
Ze loste de boeien
En zette me ‘r uit,
‘t was pikkedonker,
Je zag echt geen fluit,
Behalve de lichten,
Van ‘t flikkenpaar,
Die nu wegreden,
Ik wreef in mijn haar,
Dat nu ook plakte,
Van ‘t kleverig spul,
Ik was net achttien en had geen benul.

Fréderique Pascal   02/10/2009

Bukowski

Lieve vieze vuile luie zuipschuit van een schrijversvloed    

Tussen haar benen, opgedroogd                                      

Drank likkend met schurende stoppels                                     

Tegen haar dijen plakkende waterende tong.                                     

Hé wat doe je, zalig teringwijf? Ik krijg geen adem meer. Spreid die benen!          

Nee, wacht, ik voel hem kloppen in mijn broek, doe open, Jezus. Godverdomme,  

doe open die rits!

Aai, godverdomme, al mijn bloed passeert boven mijn kloten. Ik weet het,

ik voel het!

Het gaat me lukken deze keer, alvorens weg te draaien zonder woorden

en wakker te worden    

Terwijl de zon L.A. en je poesje verlicht en ik naar de badkamer strompel                         

Om die beerputadem weg te poetsen,                         

Fluor kotsend in de bruingerande wasbak zonder spiegel           

Voor mijn nicotinewitte tanden.      

_

Fréderique Pascal   02/10/2009

Catullus

Hij zal je pakken, Catullus, dat is,
Van voren en van achter,
Hij zal je rammen, slappen tisj, gewis
Jij vuile nichtenpachter.

Je wipkont draait steeds in het rond
Je adem maakt me ongezond
Nog valser dan een gore kat,
Ben jij met boter in je gat

Je arrogantie maakt me ziek
Je nazi-houding frenetiek
Jij weken tengel, slappe lul,
Je oordeel steunt op flauwe kul

Hij zal je pakken, Catullus, dat is,
Van voren en van achter,
Hij zal je rammen, slappen tisj, gewis
Jij vuile nichtenpachter.

Fréderique Pascal   02/10/2009

120 dagen van Sodom

De Sade Sodom Sodomie Sadomasochisme

Een nieuwe vorm van eten:
Z’n stukje stokbrood drenkend in haar natte vagina
Het sap opzuigend als was het soep
De lippen aflikkend al was het een bord vol mosselsaus

De Sade Sodom Sodomie Sadomasochisme

In borsten knijpen, krabben, bijten
Spuiten op haar borsten,
Penis tussen borsten mikken
Tepels klemmen naalden prikken
Darmen op haar borsten legen
Met één borst zijn gat afvegen

De Sade Sodom Sodomie Sadomasochisme

Mond zoekt kut zoekt sap zoekt mond
Zoekt neus zoekt slijm zoekt tong zoekt kont
Pruimensap boerend, scheten inhalerend
vrouw met dildo zijn aarsgat penetrerend

De Sade Sodom Sodomie Sadomasochisme

Ezelinnen neukend terwijl men wordt gepakt door een ezel.

Een muis kruipt door een buis in haar doos
En haar gleuf naait men dicht
Zodat het dolletje zich een weg
Door de ingewanden knaagt
Van het arme wicht.

De Sade Sodom Sodomie Sadomasochisme

Kaarsen dovend op haar tepels,
In haar kut en in haar kont
Haar met cognac overgieten
Dit gebruikend als een lont

Zie haar branden

De Sade Sodom Sodomie Sadomasochisme

Hij aborteert die kind moet kopen
Door op bolle buik te lopen

De Sade Sodom Sodomie Sadomasochisme

Fréderique Pascal   02/10/2009